Onze Stijl

Een zeer bekende stroming binnen de Pencak Silat is de Setia Hati stijl. Binnen deze stroming bestaan verschillende takken, waarvan onze organisatie Setia Hati Terate, afgekort als ‘SHT’, de grootste en meest verbreide is. Het hoofdkantoor van de SHT ligt in Madiun, op Oost-Java. Hieronder vind je een korte historie van de stijl.

Grondlegger Setia Hati

Ki Ageng Soerodiwirdjo is de grondlegger van de Setia Hati (afgekort als ‘SH’). ‘Eyang Soero’, zoals hij ook wel wordt genoemd, woonde en werkte als ambtenaar in dienst van het Nederlandse koloniale bestuur op diverse plaatsen in West Java en Sumatra, alwaar hij kennis opdeed van verschillende Pencak Silat stijlen en tevens in de leer ging bij geestelijk leraren. De koppeling tussen deze geestelijke kennis en wat hij uit de diverse stijlen had gedestilleerd werd de basis van de Setia Hati stijl die hij in 1903 oprichtte in Surabaya. De gevechtstechnieken groepeerde Eyang Soero in 36 Jurus (gevechtslopen). De introductie van de nieuwe Pencak Silat stijl riep in eerste instantie verzet op bij de gevestigde Pencak Silat meesters in die omgeving. Eyang Soero versloeg een aantal van deze echter in een gevecht en verwierf op die wijze faam en respect in de regio.

Vanaf 1915 werd de stijl gevestigd in Madiun, vanwaar uit deze zich verder in Java verspreidde. Leerlingen moesten minimaal 17 jaar zijn voordat ze werden toegelaten. Eyang Soero koos zelf degenen uit die ingewijd mochten worden in de SH. De inwijdingsceremonie vond altijd plaats in zijn huis.

Eyang Soero stierf in 1944. Hij heeft zelf nooit een officiële organisatie opgericht. Door leerlingen van hem werden vanaf de jaren ’20 echter diverse trainingsgroepen opgericht. Uit sommige groeiden de huidige SH organisaties. Met name na de dood van Eyang Soero hebben deze zich allemaal op hun eigen manier ontwikkeld. Kenmerkend voor alle authentieke SH organisaties zijn het hanteren van 36 jurus en de geestelijke leer van de SH.

Mas Hardjo Oetomo

Mas Hardjo Oetomo, werd in 1917 ingewijd als lid van de Setia Hati door Eyang Soero en bereikte de hoogste graduatie (‘Derde Trap’). Hij richtte in 1922 in de desa Pilangbango te Madiun de ‘Setia Hati Pencak Sport Club’ op. Dit was een eigen trainingsgroep met het doel om verzet te bieden tegen de Nederlandse bezetter, onder andere door militaire spoorwegtransporten te saboteren. De groep stond te boek als ‘club’, het vormen van een organisatie was in de tijd namelijk verboden. In tegenstelling tot Eyang Soero wilde mas Hardjo Oetomo de Setia Hati voorbehouden aan de inlandse bevolking en inzetten in het streven naar de onafhankelijkheid van Indonesie. Gezien de aard van groep was de training erg hard en praktijkgericht.

Mas Oetomo werd later gearresteerd voor zijn activiteiten en tijdens zijn zesjarige gevangenschap in Padang op het eiland Sumatra wisselde hij veel kennis uit met de Pencak Silat meesters die hij daar ontmoette. Toen hij weer vrijkwam riep hij zijn groep weer leven in. Hij vroeg toen ook toestemming aan Eyang Soero om zelf mensen in te wijden in de Setia Hati. Mas Oetomo had veel vaardigheden, kennis en een goede reputatie en veel SH leden kwamen dan ook naar hem om van hem les te krijgen.

Setia Hati Terate

Uit de groep van Mas Oetomo werd in 1948 de huidige ‘Setia Hati Terate’ organisatie opgericht. Deze breidde zich vooral snel uit tijdens het voorzitterschap van R.M. Imam Koessoepangat. ‘Mas Imam’ was een bijzonder persoon. Hij werd gezien als iemand die zeer ver gevorderd was in de geestelijk leer, de ‘Ilmu Kebatinan’. Er werd gezegd dat hij ‘wahyu’ bezat, een soort macht die geschonken is door hogere machten. Degene die ‘wahyu’ bezit trekt volgens de Javaanse cultuur vanzelf macht, aanzien en wijsheid aan. Mas Imam maakt met een groep goed getrainde vechters een tournee in Indonesië waarbij middels volcontact gevechten de effectiviteit van de stijl werd aangetoond. Na het zien van deze gevechten wilden veel mensen SHT gaan trainen. De SHT won zo snel aan populariteit en groeide explosief. Tegenwoordig is het een van de grootste Pencak Silat stijlen in Indonesië met afdelingen verspreid over de archipel en vele honderdduizenden leden. Onderlinge broederschap (‘persaudaraan’) staat bij de SHT zeer hoog in het vaandel.

Karakteristiek aan de SH zijn de veelal open gevechtshoudingen die een aanval van de tegenstander uitlokken en het gebruik van snelheid en verrassing. Daarnaast wordt groot belang gehecht aan de mentaliteit van de vechter. In de SHT zit zowel hoog als laag ‘spel’ en er wordt ook gebruik gemaakt van wapens. Dit betreft ondermeer de golok (kapmes), de celurit (sikkel), de toya (lange stok) en de kerambik (sikkelvormig wapen). De kerambik is een kenmerkend wapen van de Setia Hati stijl.